Stratus (St)

Een over het algemeen grijze wolkenlaag met een tamelijk egale onderzijde waaruit motregen, sneeuw of motsneeuw kan vallen. Als de zon door de wolk heen te zien is, is zijn omtrek duidelijk zichtbaar. In Stratus ontstaan geen haloverschijnselen, behalve soms bij zeer lage temperaturen. Stratus kan zich ook in de vorm van flarden voordoen.


Foto: Stratus fractus opacus (St frac op)

Ontstaanswijze

Een gesloten Stratuslaag kan zich vormen als gevolg van de afkoeling der onderste luchtlagen.

Tijdens het ontstaan of bij het oplossen van een Stratuslaag kunnen flarden of slierten van Stratus voorkomen. Rafelige Stratuswolken kunnen zich ook als begeleidende wolken (pannus) bij Altostratus, Nimbostratus, Cumulonimbus of Cumulus ontwikkelen als gevolg van turbulente bewegingen vann lucht waarvan de vochtigheid is toegenomen door verdamping van de neerslag, die uit laatstgenoemde wolken valt. Stratus kan zich uit Stratocumulus ontwikkelen.

Dit geschiedt wanneer de basis van de Stratocumulus lager wordt of wanneer het reliŽf ervan of de duidelijke onderverdeling in elementen verloren gaat. Stratus ontstaat dikwijls wanneer mist als gevolg van verwarming van het aardoppervlak of als gevolg van een toeneming van de wind optrekt. Zeemist die met oplandige wind het kustgebied binnendrijft, kan boven land in Stratus overgaan.

Samenstelling en uiterlijk

Stratus bestaat gewoonlijk uit waterdruppeltjes. Bij lage temperatuur kan de wolk ook uit ijsdeeltjes bestaan. Dichte of dikke Stratus bevat dikwijls druppeltjes van motregen en soms sneeuw of motsneeuw. In zijn meest algemene vorm komt Stratus voor als een nevelige, grijze en tamelijk gelijkmatige laag, waarvan de onderkant zich dikwijls op zo geringe hoogte bevindt, dat de bovenste gedeelten van heuvels of van hoge gebouwen erdoor aan het oog onttrokken worden (St nebulosus).

LINKS: Foto: Kelvin-Helmholtz golfwolk
RECHTS: Foto: Stratus nebulosos (St neb)

De wolk kan zo dun zijn dat de zon of maan met scherpe rand zichtbaar is (variŽteit translucidus); vaker is de wolk echter voldoende ondoorschijnend om de zon of de maan geheel aan het oog te onttrekken (variŽteit opacus). In  sommige gevallen heeft de wolk een somber of zelfs dreigend uiterlijk. De onderkant van Stratus is gewoonlijk scherp begrensd en kan een lichte golving vertonen (variŽteit undulatus).

Stratus wordt soms waargenomen in flarden van  verschillende afmeting en helderheid, die min of meer aaneengesloten zijn (St fractus), of in rafelige slierten die snel van vorm veranderen (St fractus). In zeer dunne Stratus is een krans om de zon of maan zichtbaar. Bij lage temperatuur is soms een halo waar te nemen. Neerslag uit Stratus, die de grond bereikt, valt in de vorm van motregen, sneeuw of motsneeuw.

Voornaamste verschillen

Tussen Stratus en gelijkende wolken uit andere wolkengeslachten. In sommige gevallen kan Stratus, onder invloed van de wind, plaatselijk de vorm aannemen van grove vezelachtige slierten, welke van draderige Cirrus verschillen doordat zij veel minder wit zijn; zij zijn bovendien niet zo ijl en veranderen gewoonlijk snel van vorm. Een dunne laag Stratus kan met Cirrostratus worden verward. Stratus is echter niet volkomen wit, behalve indien waargenomen in de richting van de zon. Stratus onderscheidt zich van Altostratus door het feit dat Stratus de omtrek van de zon niet vervaagt (geen matglaseffect).

Stratus is van Stratocumulus te onderscheiden door het feit dat er bij Stratus geen enkele aanwijzing is voor de aanwezigheid van afzonderlijke elementen. Rafelige slierten van Stratus zijn van Cumulusflarden te onderscheiden doordat de eerste minder wit en minder dicht zijn; Stratus heeft voorts een kleinere verticale afmeting.

Een dikke laag Stratus kan met Nimbostratus worden verward. De volgende criteria kunnen worden gebruikt om een onderscheid te maken tussen deze twee wolkengeslachten:

1: In het algemeen heeft Stratus een scherper begrensde en gelijkmatiger basis dan Nimbostratus. Bovendien heeft Stratus een droog' uiterlijk, dat sterk verschilt van het 'natte' uiterlijk an Nimbostratus.

2: Door een betrekkelijk dunne laag Stratus is de omtrek van de zon of de maan duidelijk te zien; Nimbostratus onttrekt deze hemellichamen geheel aan het oog

3: Wanneer uit de waargenomen wolk neerslag valt, is het betrekkelijk eenvoudig Stratus van Nimbostratus te onderscheiden, indien men bedenkt dat uit Stratus slechts lichte motregen, sneeuw of motsneeuw kan vallen, terwijl uit Nimbostratus bijna altijd regen, sneeuw, korrelhagel of ijsregen valt. Het onderscheid is moeilijker, wanneer neerslag uit een hogere wolk door een laag Stratus heen valt. In dit geval gelijkt een donkere en gelijkmatige Stratuslaag sterk op Nimbostratus waarmee hij zeer gemakkelijk kan worden verward.

4: Stratus komt meer voor tijdens windstilte of bij zwakke wind dan bij sterke wind, terwijl Nimbostratus gewoonlijk vergezeld gaat van matige of krachtige wind. Dit verschil alleen is echter niet voldoende voor het maken van een onderscheid.

5: Voordat een dikke laag Stratus ontstaat of komt opzetten, zijn meestal geen andere wolken in de onderste of middelste etage aanwezig. Nimbostratus daarentegen wordt bijna altijd voorafgegaan door andere wolken, gewoonlijk in de middelste etage, of hij ontwikkelt zich uit een reeds bestaande bewolking