Definitie en indeling van wolken

Een wolk is een hydrometeoor, bestaande uit uiterst kleine, nauwelijks met het oog afzonderlijk waarneembare, wolkenelementen, zoals waterdruppeltjes en ijsdeeltjes, of een mengsel daarvan. De meeste wolkendruppeltjes hebben een doorsnede van 1/100 tot 1/200 mm, slechts enkele zijn groter dan 1/50 mm.

Sommige wolken bestaan alleen uit waterdruppeltjes, al dan niet onderkoeld. Andere bestaan uitsluitend uit ijskristalletjes. Een derde type is de gemengde wolk, waarin zowel waterdruppels als ijskristalletjes voorkomen. Men kan wolken waarnemen omdat de wolkenelementen een zeer kleine onderlinge afstand hebben en het (zon)licht erdoor wordt verstrooid. Wolken bevinden zich in het onderste gedeelte van de atmosfeer en ontstaan doordat waterdamp in de atmosfeer in bepaalde omstandigheden condenseert op daar aanwezige deeltjes, de zogenaamde condensatiekernen. Een wolk kan op een aantal manieren weer verdwijnen, namelijk door uitregenen, door verdampen, door opwarming of door menging met een drogere luchtlaag.

Het uiterlijk van een wolk wordt bepaald door aard, afmetingen, aantal en ruimtelijke verdeling van de deeltjes waaruit een wolk bestaat; het hangt ook af van de intensiteit en de kleur van het licht dat de wolk ontvangt en van de plaats die de waarnemer en lichtbron ten opzichte van de wolk innemen. Het uiterlijk kan het best worden beschreven door het aangeven van afmetingen, vorm, structuur, bouw, helderheid en kleur van de wolk; deze eigenschappen zullen voor elke karakteristieke wolkenvorm worden besproken.

Wolken zijn voortdurend aan veranderingen onderhevig en vertonen dientengevolge een oneindige verscheidenheid van vormen. Het is echter mogelijk een beperkt aantal karakteristieke vormen, te definiëren, die veelvuldig over de gehele aarde worden waargenomen en volgens welke de wolken in grote lijnen kunnen worden gegroepeerd. De wolken zijn naar hun karakteristieke vormen ingedeeld in 'geslachten', 'soorten', en 'variëteiten'.

a. Geslachten
De in deze atlas gegeven indeling van de wolken is in wezen gebaseerd op tien hoofdgroepen, geslachten genoemd. Een bepaalde wolk kan slechts tot één enkel geslacht behoren. De geslachten zijn:
Cirrus, Cirrocumulus, Cirrostratus, Altocumulus, Altostratus, Nimbostratus, Stratocumulus, Stratus, Cumulus en Cumulonimbus.

b. Soorten
De aanwezigheid van bijzonderheden in de vorm der wolken en van verschillen in hun inwendige structuur heeft geleid tot de onderverdeling van de meeste geslachten in soorten. Een wolk die tot een bepaald geslacht behoort, kan slechts de naam van één soort dragen. Aan de andere kant kunnen bepaalde soorten wel bij meer dan één geslacht voorkomen. Zo hebben wolken van het geslacht Cirrocumulus, Altocumulus en Stratocumulus bijvoorbeeld dikwijls de vorm van een amandel of een lens; bijgevolg heeft men bij elk van deze drie geslachten de soort 'lenticularis' (= lensvormig) ingevoerd. De soortnamen zijn bij de beschrijving van de wolken vermeld.

c. Variëteiten
Wolken kunnen bijzondere kenmerken vertonen die hun variëteit bepalen. Deze kenmerken houden verband met de wijze waarop de wolkenelementen zijn gerangschikt en met hun grotere of kleinere doorschijnendheid (vergelijk min of meer doorschijnende Altocumulus met de ondoorschijnende Altocumulus). Eén bepaalde variëteit kan bij verschillende geslachten voorkomen. Verder kan één wolk de kenmerken van meer dan één variëteit vertonen. Sommige variëteiten zullen bij de beschrijving der wolken worden vermeld.