Cirrus (Cs)

Afzonderlijke wolken, in de vorm van witte, fijne draden of van witte (of overwegend witte) kleinere of grotere plukken of smalle banden. De wolken hebben een vezelachtig (of haarachtig) uiterlijk of een zijdeachtige glans of beide.


Foto 1: Cirrus Unicus

Ontstaanswijze

Cirruswolken ontstaan dikwijls uit valstrepen (virga) van Cirrocumulus of Altocumulus of zij ontstaan vaak uit het bovenste gedeelte van een Cumulonimbus. Cirruswolken kunnen ook ontstaan uit een niet overal even dichte Cirrostratus, waarvan de dunnere gedeelten zijn verdampt. Cirrustoefjes met afgeronde toppen ontstaan dikwijls spontaan in een onbewolkt gedeelte van de hemel.

Samenstelling en uiterlijk

Cirruswolken bestaan uit ijskristallen. Cirrus kan voorkomen in de vorm van vrijwel rechte of onregelmatig gekromde dunne vezels of draden, die soms op een grillige manier verward lijken (Ci fibratus).

De vezels of draden hebben soms de vorm van een komma, die aan de bovenkant eindigt in een haak of in een niet-afgerond toefje (Ci uncinus).

Foto 2: Cirrus fibratus >>

Cirrus komt ook voor in plukken, die dicht genoeg zijn om er, bij waarneming in de richting van de zon — grijsachtig uit te zien;deze soort (Ci spissatus) kan de zon sluieren, zijn omtrekken doen vervagen of hem zelfs geheel aan het oog onttrekken.

Minder vaak komt cirrus voor in de vorm van kleine, afzonderlijke, afgeronde toefjes. al of net met met valstrepen (Ci floccus), of in de vorm van kleine ronde torentjes of kantelen die van een gemeen-schappelijke basis oprijzen (Ci castellanus).

De Cirruselementen zijn soms gerangschikt in brede evenwijdige banden, die naar een punt aan de horizon schijnen te convergeren. (variëteit radiatus). Cirrus die zich niet te dicht bij de horizon bevindt, ziet er overdag wit uit, en wel witter dan elke andere wolk in hetzelfde gebied van de hemel. Als de zon aan de horizon staat, heeft Cirrus een witachtige tint, terwijl lagere wolken dan geel of oranje gekleurd kunnen zijn.

Foto: Cirrus spissatus

Als de zon onder de horizon daalt, wordt Cirrus, die zich hoog aan de hemel bevindt, eerst geel, vervolgens roze dan rood en tenslotte grijs. Bij zonsopgang is de volgorde der kleuren omgekeerd. Dicht bij de horizon krijgt Cirrus dikwijls een gelige of oranje tint; deze tinten zijn bij lagere wolken minder opvallend. In Cirrus kunnen haloverschijnselen voorkomen; wegens de beperkte afmetingen van de Cirruswolken zijn cirkelvormige halo's echter bijna nooit als een volledige kring zichtbaar.

Voornaamste verschillen

Tussen Cirrus en daarop gelijkende wolken van andere geslachten. Cirrus in de vorm van afgeronde toefjes of kantelen, die van een gemeenschappelijke basis oprijzen, kan worden verward met Cirrocumulus met een soortgelijk uiterlijk. Het onderscheid wordt gemaakt op grond van de schijnbare afmetingen van de wolkenelementen, die bij Cirrustoefjes of torentjes groter zijn dan één graad, althans wanneer zij zich meer dan 30 graden boven de horizon bevinden. Deze Cirrus is te onderscheiden van Altocumulus met een soortgelijk uiterlijk door het feit dat Cirrus er meer zijdeachtig of vezelachtig uitziet dan Altocumulus.

Cirruswolken onderscheiden zich van Cirrostratus door het feit dat zij niet een aaneengesloten geheel vormen en dat eventueel aaneengesloten delen slechts smal zijn of een geringe horizontale uitgestrektheid hebben. Dicht bij de horizon is Cirrus dikwijls moeilijk te onderscheiden van Cirrostratus. Dichte Cirruspartijen zijn te onderscheiden van Altostratusvelden door hun kleinere horizontale afmetingen en door hun overwegend witte uiterlijk.