Cirrostratus (As)

Doorzichtige of doorschijnende, witachtige wolkensluier met vezelachtig (haarachtig) of effen uiterlijk, die de hemel geheel of gedeeltelijk bedekt en waarin veelal haloverschijnselen zichtbaar zijn.


Foto 1:  22░ Halo, Cirrostratus nebulosos (Cs neb)

Ontstaanswijze

Cirrostratus ontstaat tengevolge van een langzaam stijgende beweging van uitgestrekte luchtlagen tot voldoende grote hoogte. Cirrostratus kan eveneens ontstaan door het samensmelten van Cirruswolken of van Cirrocumuluselementen; Cirrostratus kan ook worden gevormd door ijskristallen die uit Cirrocumulus vallen. Voorts kan Cirrostratus ontstaan door het dunner worden van Altostratus of door het uitspreiden van het aambeeld van een Cumulonimbus.

Samenstelling en uiterlijk

Cirrostratus bestaat hoofdzakelijk uit ijskristallen. Cirrostratus kan voorkomen in de vorm van een vezelachtige sluier waarin soms dunne strepen worden waargenomen (Cs fibratus), of hij kan gelijken op een nevelachtige sluier (Cs nebulosus). De rand van een Cirrostratussluier is soms scherp, maar vaker bestaat hij uit rafels van Cirrus.

Cirrostratus is nooit zo dik, dat (behalve als de zon laag staat) voorwerpen op de grond geen schaduw meer geven. De opmerkingen over de kleuren van Cirrus zijn merendeels ook van toepassing op Cirrostratus. In Cirrostratus worden dikwijls haloverschijnselen waargenomen; soms is de Cirrostratussluier zo dun dat een halo de enige aanwijzing is van zijn aanwezigheid.


Foto 2: Cirrostratus fibratus undulatus met 22░ halo (Cs fib un)

Voornaamste verschillen

Tussen Cirrostratus en daarop gelijkende wolken uit andere wolkengeslachten. Cirrostratus onderscheidt zich van Cirrus doordat hij voorkomt in de vorm van een sluier, die gewoonlijk grote horizontale afmetingen heeft. Cirrostratus ziet er over het geheel genomen wazig uit, en heeft geen kenmerken als ribbels, korrels, stroken, ballen, rollen, enz., die karakteristiek zijn voor Cirrocumulus en Altocumulus. Cirrostratus verschilt van Altostratus doordat hij dun is en doordat er soms haloverschijnselen in voorkomen.

Cirrostratus dicht bij de horizon kan ten onrechte voor Altostratus worden aangezien. De langzame schijnbare beweging en de langzame veranderingen in dikte en uiterlijk — beide karakteristiek voor Cirrostratus — maken het mogelijk Cirrostratus te onderscheiden van Altostratus en ook van Stratus.

Cirrostratus kan worden verward met zeer dunne Stratus, die er op een afstand van minder dan 45 graden van de zon wit uit kan zien. Cirrostratus verschilt echter van Stratus doordat hij overal witachtig is en soms doordat hij er vezelachtig uitziet. In Cirrostratus komen bovendien dikwijls haloverschijnselen voor, in Stratus echter niet, behalve soms bij zeer lage temperaturen.

Cirrostratus verschilt van een hei´ge laag, doordat deze laatste een blauwachtige tint of een vuilgele tot bruinachtige kleur heeft. De aanwezigheid van Cirrostratus kan bij het voorkomen van een hei´ge laag soms moeilijk worden geconstateerd.